1 Bron

De Oude Kleefsebaan volgt het tracé van een oude Romeinse weg en ligt op ca. 90 meter +NAP, één van de hoogste punten uit de omgeving. Aan de overkant van de weg loopt de heuvel relatief steil naar beneden. Na de ijstijd is de stuwwal aan deze noordkant afgesleten, niet alleen door smeltwater maar vooral door de werking van de Rijn.

Vestaalsche-Heuvel
Bij de bron van het aquaduct ligt deze mysterieuze berg aarde, die vroeger ‘Vestaalsche Heuvel’ werd genoemd.

Aan die kant van de Oude Kleefsebaan ontspringen nog altijd een aantal bronnen. De Romeinen hadden dat goed in de gaten en groeven een dal (spreng) in de richting van dat bronnengebied: het Kerstendal. Mogelijk liep het Kerstendal vroeger zelfs door naar de andere kant van de Oude Kleefsebaan; dan zal de Romeinse weg het dal zijn overgestoken door middel van een brug. De bodem van het Kerstendal ligt hier op 82 meter, maar lag in de Romeinse tijd zeker enkele meter dieper.

Op de rechterrand van het Kerstendal ligt een heuvel van 40 meter breed en 4 meter hoog. In de 19e eeuw stond deze bekend als de ‘Vestaalsche Heuvel’, vernoemd naar de Romeinse godin van het haardvuur. Berichten uit de 17e eeuw spreken van overblijfselen van een tempel voor Mercurius. Misschien waren het de ruïnes van een nympheum, een bronheiligdom dat de Romeinen bouwden aan het begin van een aquaduct. Zo’n heiligdom kon verschillende vormen hebben, maar had vaak het uiterlijk van een tempeltje. De heuvel is een aantal jaar geleden nog onderzocht door middel van grondboringen, maar helaas leverde dat geen archeologisch bewijs voor een tempel of heiligdom.

Cybele
Zilveren kommetjes met de beeltenis van Cybele, in 1806 door Franse soldaten gevonden bij de Vestaalse Heuvel (Rijksmuseum van Oudheden Leiden).